Mindtwisters

Door: Marielle Brink

In de LinkedIn groep Autisme Ten Top deed ik een oproep. Ik vroeg of mensen met autisme hun ‘hilarische’ momenten wilden delen voor een blog. Het werd niet meteen gewaardeerd, want bij autisme denk je niet meteen aan hilarisch óf, als je het wel doet, kan het stigmatiserend overkomen.

Uiteindelijk kwam er toch iets op gang. Mensen deelden hun ‘grappige’ gedachten en grappige situaties, die vaak en vooral te maken hebben met taal. We discussieerden nog wat over de titel en ‘Mindtwisters’ vond ik heel treffend. Hoewel ook weer niet zo bedoeld door de bedenker ervan…

Alles is informatie

Een autisme spectrum stoornis is feitelijk een informatie verwerkingsstoornis. Maar niet alle informatie is taal. Ook wat er via je andere zintuigen binnenkomt is informatie. Net zoals context, ook dat is informatie. Wat ‘neurotypische’ mensen meteen in de context plaatsen en vertalen, kan voor iemand met autisme heel lastig zijn.

Je gevoel en intuïtie zijn ook informatie. Hoewel gevoel en intuïtie door iemand met autisme vooral worden getoetst in het eigen systeem en minder gevoed worden door de referenties van anderen.

Prietpraat of autisme?

Veel mensen met autisme nemen dingen letterlijk. Je herkent een vorm van autisme daarom vrij snel bij een kind, áls je alert bent en ervaring ermee hebt. Want heel vaak wordt een diagnose pas gesteld op veel latere leeftijd.

Bij een klein kind kun je de ‘taalverwerking’ opvatten als prietpraat en een leerproces, maar als je merkt dat je kind vrijwel alles letterlijk blijft nemen, is het geen gekke gedachte om toch eens nader onderzoek te doen. Waarmee ik niet zeg, dat je een kind dat alles letterlijk neemt meteen moet plaatsen in de categorie ‘autisme’. Daar is meer onderzoek voor nodig en bovendien lijken andere uitingen van gedrag soms op autisme.

Maar op LinkedIn werd weer eens duidelijk hoe taal je op het verkeerde been kan zetten. Ook als je volwassen bent, spreek je soms ‘prietpraat’ als je autisme hebt.

Ik ga toch geen halfvol pak kopen?

Bijvoorbeeld een ‘afslag’ of ‘afrit’ nemen op de snelweg. Een afslag is de overgang van de ene snelweg naar de andere. Een afrit daarentegen, haalt je van de snelweg af. Veel GPS systemen maken dit onderscheid nog niet en zeggen dat je de volgende afrit moet nemen, terwijl een afslag wordt bedoeld. Zo kun je als autist dus in een dorp eindigen waar je echt niet moet zijn, maar wat wel de ‘volgende afrit’ was. Of in Parijs, omdat je ‘Parijs moest volgen’.

Of dat je een hoofdkantoor binnenloopt en leest dat er een ‘WC bezoekers’ is. Huh? Dat moet toch een WC voor bezoekers zijn? Of moeten alle WC bezoekers hierheen? Iedereen dus…

En wat te denken van het kind, dat vraagt om een pak chocolademelk in de supermarkt? Zijn moeder zei: “Neem dan die halfvolle”, waarop het kind zei: “Ik ga toch geen halfvol pak kopen?”

Of ‘nepkleding’? Op de basisschool volgen kinderen de les ‘nieuwsbegrip’. Erg relevant om te leren begrijpend te lezen en het nieuws mee te krijgen. Maar als het dan gaat over ‘nepkleding’, terwijl nepmerken worden bedoeld, weet een kind met autisme niet meteen wat wordt bedoeld: ”Wat? Nepkleding? Dat kan ik helemaal niet aantrekken!”

Of je zult maar van je moeder je bord moeten opeten voordat je een toetje krijgt…Of ‘rechtdoor’ gaan op de rotonde…Maar dan wel een op hol geslagen hoofd, omdat je er van alles bij denkt…

Er zit humor in taal

Ja, autisme is ook creativiteit. Juist door de taal zo letterlijk te duiden en als volwassene inmiddels te weten wat er wél wordt bedoeld, kun je humor zien in hoe raar we eigenlijk communiceren met elkaar.

“Waarom ben je boos?” Voor ieder neurotypisch mens, is het meteen duidelijk dat dit een vraag is over het moment. Waarom je nu boos bent. Maar voor iemand met autisme kan het opgevat worden als: ‘Ik ben een boos mens. Jeetje, waarom BEN ik eigenlijk boos?’ Je kunt dus beter vragen waarom iemand nu boos is of vragen naar het incident dat hem of haar nu boos maakt.

Kleine aanpassingen, maar een wereld van verschil in het verkrijgen van begrip over en weer. Ook overheidsdienaren kunnen er hun voordeel mee doen. Het is bijvoorbeeld volstrekt onduidelijk voor iemand met autisme als wordt gezegd door UWV dat je geen sollicitatieplicht hebt, maar dat er wel verwacht wordt dat je solliciteert…

Of dat je staande wordt gehouden door een agent, omdat je door een dynamo aangedreven lamp het niet doet. “Duh! Als ik stil sta, doet hij het inderdaad niet!”

Oprechtheid

Directheid is ook een kenmerk van autisme. Mensen met autisme zeggen over het algemeen wat ze denken, dus als iemand in de supermarkt voor de gein vraagt of hij in de weg staat, zal een autist gewoon “ja” zeggen. Niet gehinderd door context, gewoon een oprecht antwoord. Wat zou het toch schelen als méér mensen weten dat het zo werkt. En de taal ook gewoon nemen zoals hij is. Dan krijgen we toch een ‘betere’ taal en meer oprechte gesprekken? En dan hoef je over het stukje taalverwerking van mensen met autisme ook niet meer te oordelen.

5 gedachten over “Mindtwisters”

  1. Grotendeels erg herkenbaar. Al kan ik veel tekst wel in de juiste context plaatsen.
    Waar ik, volgens mijn omgeving, wel last van heb zijn vage spreekwoorden. Die misbruik ik met grote regelmaat hoor ik van anderen.
    Ook moeilijk zijn vragen als: ” weet je wat grappig was vandaag?” Als iemand een gesprek wil beginnen. Ik denk dan altijd alleen maar. Hoe moet ik dat weten? Een leuke mop? Vertel gewoon!
    ?

  2. Ik heb moeite met mensen die niet oprecht zijn. Ze spreken dan een andere taal, dan hetgeen hun lichaam op non-verbale wijze communiceert. Dat maakt mij enorm onzeker omdat ik dubbele signalen krijg. Ik heb gelukkig in mijn 44 jaar wel het nodige geleerd om ook de niet-autistische taal te kunnen verstaan, maar het vereist wel nog steeds een bepaalde mate van alertheid als ik met niet-autisten om de tafel zit 😉 Spreekwoorden gaan me redelijk goed af, maar sarcasme heb ik vaak moeite mee, zeker als ik iemand niet goed ken, dan weet ik niet hoe ik dat gedrag moet interpreteren. Zelf probeer ik altijd o diplomatisch mogelijk te praten en de schrijven, maar als ik goed moe ben, dan komt de directheid en ongenuanceerdheid meer op de voorgrond omdat mijn hersenen dan schreeuwen om rust en niet om na te moeten denken over hoe iemand iets graag wilt horen. Directheid en oprechtheid zijn voor mij, zeker in vriendschappen, erg belangrijk…ze geven mij duidelijkheid en rust. Maar er zijn inderdaad ook nog genoeg hilarische momenten te bedenken waarin ik voor de gek ben gehouden met grappen: Fabienne, kun jij voor mij een plintenladder halen uit de berging…Jazeker, is dan het antwoord en ik ga op zoek naar een plintenladder. Iedereen ligt in een deuk maar ik zoek serieus! Ik heb geleerd om dit soort grappen (ten koste van mijzelf) weg te lachen met de menigte…het doet soms nog wel pijn als je wordt beetgenomen op deze manier, maar ik wuif het dan maar weer snel aan de kant…

  3. Als je weet dat iemand niet oprecht is, is dat m.i. het enige duidelijke signaal. Dan is taal niet meer van belang. Als lichaamstaal iets anders zegt dan wat er gezegd wordt, weet je eigenlijk al genoeg namelijk. Ik weet niet of dit autistisch is, maar als ik zie dat het lichaam of de gelaatsuitdrukking iets anders zegt dan wat er feitelijk gezegd wordt, vraag ik het gewoon, bijvoorbeeld: ‘Okay, je zegt dat je er wel in gelooft. Maar ik krijg ook andere signalen van je. Kun je dat verklaren?’ Meestal komen dan inderdaad de echte meningen eruit. En heb je wel een oprecht gesprek. Maar ik snap, dat dit wel veel energie kost als je autisme hebt. Het zou veel makkelijker zijn als iedereen gewoon oprecht is. Waarbij ik ook denk, dat veel mensen wel oprecht willen zijn, maar het niet durven. Of hun eigen authenticiteit nog niet hebben gevonden en anderen naar de mond praten. Of streven naar harmonie en dus maar wat zeggen. Er zijn zoveel oorzaken denkbaar voor niet oprechte woorden…

  4. Oprechtheid en authenticiteit zijn voor mij kernbegrippen die heel belangrijk zijn en ik veel waarde aan hecht. Hoewel ik dit heel positieve eigenschappen vind, kom ik echter dikwijls nog valkuilen tegen. De mensen in mijn nabije omgeving vertellen me vaak dat ze mijn oprechtheid appreciëren. Ze geven aan dat dit soms wel bot en grof kan overkomen, maar juist omdat ze mij kennen weten ze dat ik het niet slecht bedoel. Mensen die ik niet ken interpreteren mijn gedrag echter vaak wel op deze manier.

    Zo blijf ik een situatie herinneren waarop een – duidelijk objectief- obese dame me in een paskamer vroeg of ze niet te dik stond in de rok dat ze aan het passen was. Ik gaf dan heel spontaan het antwoord dat ik de vraag niet begreep; mevrouw was immers obees en zou dan ook zwaarlijvig blijven ongeacht welke rok ze aan heeft… . Met als gevolg dat de dame begon te wenen en ik van verschillende omstaanders verwijten te horen kreeg.
    Achteraf lijkt dit misschien een grappig voorval, maar ik ben er lang niet goed van geweest over het feit dat ik door de omstaanders hard ben aangepakt omdat ik eerlijk en objectief was.

    Dergelijke voorvallen doen zich nog dikwijls voor, ook op de werkvloer. Ik denk dat dit voor andere mensen met ASS herkenbaar is.

    Ik probeer hier steeds meer mee om te gaan door gewoon te aanvaarden wat er is. Mezelf veranderen kan (en wil) ik niet, anderen veranderen is evengoed niet mogelijk.

    1. Ik vind dit wel komisch inderdaad. Hoe pijnlijk ook op dat moment voor jou en voor die mevrouw. Het is best wel raar dat omstanders jou dan verwijten maken trouwens. Ik weet bijna zeker, dat die mevrouw jou achteraf dankbaar is geweest (jammer, dat je spontane ontmoetingen vrijwel nooit weer ontmoet ;-() Misschien weende ze wel, omdat ze voor het eerst iets eerlijks hoorde en besefte ze dat haar eigen omgeving (familie, vrienden) niet eerlijk is. Die omstanders zijn dus erg bezig met het gevoel van iemand anders, maar niet met jouw oprechtheid! Waarmee ze eigenlijk zeggen: “Zoiets zeg je toch niet?” Terwijl ze het zelf ook dachten….tsja, doe mij maar oprecht.

Laat een reactie achter op Fabienne Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *